Vrijgave van een geïmmobiliseerd voertuig na een verkeersinbreuk
Wanneer je voertuig in België geïmmobiliseerd wordt (of in sommige gevallen in beslag wordt genomen) na een verkeersinbreuk, heeft dat vaak een grote impact: je wagen wordt uit het verkeer gehaald en men mag er tijdelijk niet mee rijden (ook anderen in principe niet). Gelukkig bestaat er een duidelijke procedure om de opheffing van de immobilisatie en dus de vrijgave van het voertuig te verkrijgen.
Hier lees je hoe immobilisatie werkt, wanneer vrijgave mogelijk is, en welke stappen je moet zetten om je voertuig zo snel mogelijk terug te krijgen.
Waarom wordt een voertuig geïmmobiliseerd?
Een voertuig kan – weliswaar beperkt gedurende de looptijd van de tijdelijke intrekking – worden geïmmobiliseerd door de politie/het Parket als veiligheidsmaatregel (art. 58bis Wegverkeerswet) of door de politierechter als bijkomende straf (art. 50).
In sommige gevallen kan het voertuig verbeurd worden verklaard, waarbij het voertuig definitief ontnomen wordt van de eigenaar, zelfs indien het uw voertuig niet is.
Dit gebeurt bij zware overtredingen, zo onder meer bij:
- rijden zonder rijbewijs of tijdens intrekking/artikel 42 of bij een medische ongeschiktheid
- zware snelheidsovertredingen (bv. >20 km/u in bebouwde kom of schoolomgeving, >30 km/u elders)
- overtredingen waarbij de verkeersveiligheid ernstig wordt bedreigd
De maatregel wordt bevolen door de politie, het parket of de politierechter, afhankelijk van de situatie.
Hoe gebeurt de vrijgave van een geïmmobiliseerd voertuig?
De opheffing van de immobilisatie kan op twee manieren gebeuren:
Vrijgave door het parket of de politie
Bij immobilisatie als veiligheidsmaatregel (art. 58bis Wegverkeerswet) beslist de Procureur des Konings of de immobilisatie wordt beëindigd — ambtshalve of op verzoek.
In de praktijk moet je vaak:
- een schriftelijk verzoek indienen bij de procureur
- motiveren waarom de immobilisatie niet langer nodig is
- bewijsstukken toevoegen (bv. attesten, hersteldocumenten, verzekeringsbewijs…)
Een advocaat kan dit verzoek voor jou opstellen om de kans op vrijgave te vergroten en te versnellen.
Vrijgave via de politierechtbank
Indien het parket de opheffing weigert, kan je de zaak (in beroep) laten behandelen door de politierechter.
De rechter beoordeelt:
- of de maatregel door een bevoegde overheid werd opgelegd
- of de wettelijke voorwaarden vervuld waren
- of de termijn niet overschreden wordt
- of de verdere immobilisatie geen onevenredige inbreuk vormt op je rechten
Wat als jij niet de bestuurder was?
Wanneer het voertuig niet toebehoort aan de overtreder, kan de eigenaar het voertuig zonder kosten terugkrijgen, maar dit garandeert niet automatisch dat de politierechter de opheffing moet toestaan.
Dit wordt individueel beoordeeld op basis van:
- de relatie tussen eigenaar en overtreder
- de omstandigheden van het feit
- het risico op herhaling
Wie betaalt de kosten bij vrijgave?
De kosten voor immobilisatie — zoals depannage, takeling en opslag — zijn meestal voor rekening van de overtreder. Wanneer iemand anders jouw wagen bestuurde, kan jij hem als eigenaar kosteloos terugkrijgen; de kosten blijven voor de overtredende bestuurder.
Hoe snel kan je je voertuig terugkrijgen?
Dit verschilt per dossier en hangt af van:
- de snelheid waarmee jij of je advocaat het verzoek indient
- de beoordeling door de procureur
- eventuele procedure voor de politierechtbank
In urgentiesituaties (bv. professioneel gebruik van het voertuig) kan dat een rol spelen in de beoordeling van de disproportionaliteit.
Laat je voertuig sneller vrijgeven met juridische hulp
Een gespecialiseerd advocaat verkeersrecht kan:
- jouw PV analyseren (immobilisatie of inbeslagname — juridisch verschil en een totaal andere procedure!)
- onmiddellijk een gemotiveerd verzoek richten aan de Procureur des Konings
- beroep aantekenen bij de politierechtbank bij weigering
- jouw rechten verdedigen en onnodige immobilisatie beëindigen
Veel mensen verliezen kostbare tijd omdat ze niet weten welke procedure ze moeten volgen. Snelle, correcte actie maakt vaak het verschil tussen een korte of lange immobilisatieperiode.